Hoe interactief ben jij?

“Met baby’s kan je nog geen interactie hebben…..”

“Kinderen krijgen zelfvertrouwen door ze alleen de dingen te laten doen die zo al kunnen…….”

“Ik praat de hele dag tegen mijn kind, dus ik ben erg interactief……

 

Bij interactie wordt er vaak alleen gedacht aan communicatie. Interactie is echter veel meer dan dat. Interactie is “wat we doen”, “wat we zeggen” en “hoe we het zeggen”. Interactie bij kinderen begint al vanaf het eerste moment dat een baby’tje wordt geboren.


In totaal zijn er 6 interactievaardigheden:

  • Sensitieve responsiviteit
  • Respect voor de autonomie
  • Structureren en grenzen stellen
  • Praten en uitleggen
  • Interactie tussen kinderen
  • Ontwikkelingsstimulering

Sensitieve responsiviteit
Een kind heeft anderen nodig om zich prettig te kunnen voelen en zich goed te kunnen ontwikkelen. Het heeft behoefte aan aandacht, warmte en emotionele steun. Elk kind laat dit op zijn eigen manier blijken. Je moet daarom gevoelig zijn (‘sensitief’) voor de signalen die het kind afgeeft, door goed te kijken naar het kind en te proberen te begrijpen wat het bedoelt. Vervolgens is het belangrijk dat je adequaat reageert (‘responsief’) door op de juiste manier in te spelen op de signalen van het kind. Het is belangrijk om de emoties en gevoelens van kinderen, bijvoorbeeld bij angst of verdriet, te verwoorden. Op deze manier kun je als gastouder laten merken dat je je betrokken voelt bij wat het kind doet, wat het voelt en meemaakt, dat je begrip hiervoor hebt en dat je het kind hierin ondersteunt. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat het kind krijgt wat hij wil. Je kunt niet altijd aan zijn wensen tegemoet komen, maar je kunt wel laten merken dat je zijn gevoelens opvangt.

Sensitief responsief gedrag is dus:

  • Het opmerken van signalen die een kind afgeeft
  • Proberen te begrijpen wat het kind met deze signalen bedoelt
  • En daar op een warme en ondersteunende manier mee omgaan, afgestemd op het kind en de situatie.

   

Respect voor autonomie
Door actief bezig te zijn ontdekt een kind de wereld om zich heen en wat zijn eigen mogelijkheden in die wereld zijn. Hoe ouder een kind wordt, hoe meer het zelf zal willen en kunnen doen. Het is daarom goed om kinderen de mogelijkheid en de ruimte daarvoor te geven. Je moet er als pedagogisch medewerker naar streven dat ieder kind de kans krijgt nieuwe dingen uit te proberen en zelf oplossingen te bedenken voor problemen waar hij tegenaan loopt. Wanneer het hem zelf lukt om een probleem op te lossen zal hij trots zijn op zichzelf en zo zelfvertrouwen en een positief gevoel over zichzelf opbouwen. Dit zal leiden tot een positief zelfbeeld. Hij zal hierdoor gemotiveerd raken om de volgende keer weer iets nieuws uit te proberen. Door toe te passen wat een kind eerder geleerd heeft, zal het zich ontwikkelen tot een zelfstandig persoon die actief is en nieuwe ervaringen op wil doen,  een persoon met een eigen ‘ik’.

Respect voor autonomie betekent ook dat een volwassene een kind voor vol aanziet en rekening houdt met zijn gevoelens, wensen en ideeën en daarover met het kind in gesprek gaat. Het is ook belangrijk om een kind voor te bereiden op de dingen die komen gaan en een kind een eigen inbreng in de gang van zaken te geven, zodat het niet volledig afhankelijk is van wat een volwassene wil doen.

Respect voor de autonomie is:

  • het kind de ruimte geven om zoveel mogelijk zelf te doen en zelf te ontdekken
  • de inbreng van het kind positief waarderen
  • mét het kind  praten, in plaats van tegen een kind of over zijn hoofd heen
  • kinderen voorbereiden op wat er komen gaat

Structureren en grenzen stellen
Structuur geeft kinderen houvast en vergroot hun gevoel van veiligheid en zekerheid. Kinderen die zich veilig en zeker voelen, voelen zich vrij om op onderzoek uit te gaan en hun ervaringen te verbreden. Hierdoor worden ze in staat gesteld om nieuwe dingen te leren. Structuur en ordening kunnen aangebracht worden door een vaste dagindeling, vaste plekken voor de verschillende activiteiten, vaste plaatsen voor materialen en een duidelijke opbouw van activiteiten. Wanneer je als gastouder zelf ook voorspelbaar bent in je gedrag, draagt dit ook bij aan een duidelijke structuur en ordening. Zo weet een kind waar hij aan toe is, wat wel en niet mogelijk is en kan hij zijn gedrag beter afstemmen op de situatie. Door consequent en respectvol grenzen te stellen aan het gedrag van kinderen, weten kinderen wat je van hen verwacht en wat wel en wat niet mag.

Structureren en grenzen stellen is dus:

  • De omgeving voor het kind overzichtelijk en zoveel mogelijk voorspelbaar maken, dit houdt ook in dat je zelf voorspelbaar (consequent) bent in je gedrag
  • het kind duidelijk maken wat je van hem verwacht
  • zorgen dat het kind zich aan de gestelde regels houdt

Praten en uitleggen
Het is niet alleen belangrijk om regelmatig met kinderen te praten, maar hierbij ook rekening te houden met het taal- en begripsniveau van kinderen. Kinderen verschillen enorm in hun ontwikkeling en daarbij ontwikkelt ieder kind zich in zijn eigen tempo. Je moet daarom je taalgebruik afstemmen op de mogelijkheden van een kind, zowel qua vorm als qua inhoud. Ook moet je je eigen tempo aanpassen aan dat van het kind. Door rustig en duidelijk te praten kan het kind je beter volgen.

Het is goed om niet alleen tégen een kind, maar ook mét een kind te praten, over wat hem bezighoudt en wat zijn interesse heeft. Door veel te praten met kinderen en uitleg te geven, leer je kinderen de wereld om zich heen begrijpen. Je helpt kinderen met het afstemmen van hun gedrag op de omgeving. Door te praten en uitleg te geven bevorder je naast de taalontwikkeling ook de cognitieve en de sociale ontwikkeling.

Praten en uitleggen is dus:

  • Informatie en uitleg geven, aansluitend bij de situatie, de interesse en het ontwikkelingsniveau van het kind en
  • Mét kinderen praten in plaats van tegen kinderen praten.
  • Kinderen ruimte geven om zelf een inbreng te hebben in gesprekken.
  • De inbreng van kinderen in gesprekken serieus nemen en daar op een passende wijze op reageren.

Interactie tussen kinderen
Het is voor de ontwikkeling van kinderen goed dat ze in aanraking komen met leeftijdsgenootjes. Zo kunnen ze oefenen om met elkaar om te gaan, samen te spelen, voor zichzelf op te komen of aardig voor een ander te zijn. Omdat kinderen binnen de kinderopvang in groepen met andere kinderen opgevangen worden is dit een ideale plaats om sociale vaardigheden te oefenen. Kinderen doen daarbij positieve en negatieve ervaringen op. Als gastouder heb je door je manier van ondersteunen en begeleiden veel invloed op de manier waarop interacties tussen kinderen verlopen. Het is dus niet alleen belangrijk dat je zelf positieve interacties met kinderen aangaat, maar ook dat je positieve interacties tussen kinderen onderling bevordert. Wanneer kinderen negatieve interacties met elkaar hebben, is het goed dat je de situatie en de gevoelens van de betrokken kinderen benoemt. De kinderen voelen zich dan gezien. Daarna kun je de kinderen helpen hun conflict op te lossen en op een positieve manier op elkaar te reageren. Met name in een vaste groep met een positief groepsklimaat krijgen kinderen de kans om hechte relaties met elkaar op te bouwen. Hieruit ontstaan waardevolle interacties tussen kinderen, die een positieve invloed hebben op de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Het bevorderen van Interactie tussen kinderen is dus:

  • Schept mogelijkheden voor interacties tussen kinderen
  • Merkt positieve interacties tussen kinderen op en beloont deze
  • Leeft voor hoe je op een positieve manier met elkaar omgaat.

Ontwikkelingsstimulering
Bij ontwikkelingsstimulering gaat het om de dingen die je als gastouder doet om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Daarvoor moet je het kind volgen in zijn ontwikkeling en aansluiten bij de behoeften en interesses van het kind. Hiervoor moet je niet alleen op de hoogte zijn van het ontwikkelingsverloop van kinderen.

Ontwikkelingsstimulering kan plaatsvinden door het wekken van interesse van kinderen voor nieuwe activiteiten of materialen en door met kinderen te praten over interessante onderwerpen of problemen. Ook het wijzen op nieuwe mogelijkheden in bestaande activiteiten of van bestaande materialen kan kinderen verder helpen in hun ontwikkeling. Het kind krijgt zo de gelegenheid zijn kennis en vaardigheden uit te breiden.

Ontwikkelingsstimulering is dus:

  • Nieuwe activiteiten en materialen aanbieden die aansluiten bij de behoeften en interesses van een kind;
  • Wijzen op nieuwe mogelijkheden van activiteiten en materialen;
  • Oog houden voor het eigen ontwikkelingstempo van een kind.
  • Praten met kinderen over interessante onderwerpen of problemen