Voeding in de kinderopvang

Voeding; Wat eet jouw kind eigenlijk bij de opvang? 

Je kind heeft eten nodig waaruit hij/zij voldoende voedzame stoffen haalt omdat kinderen volop in groei en ontwikkeling zijn. Maar wat mag nu wel en wat niet? Doordat we steeds minder tijd nemen voor koken en graag gebruik maken van veel ‘kant-en-klare’ producten, raken we meer het overzicht kwijt van wat er nu eigenlijk in ons eten zit. En wat krijgt je kind bij de opvang eigenlijk te eten? Is het vulling, of is het voeding..?

In onze Thuiscrèches zien we echter dat steeds meer ouders zich bewust worden van wat zij hun kleintjes te eten geven.Hoe hier mee om wordt gegaan is uiteraard op elke opvang anders en in overleg is veel mogelijk. Hieronder lees je hoe Crècheleidster Annette Kemp van ‘Thuiscrèche de Boendertjes’ met voeding in haar opvang omgaat.

 

Ik ben Annette Kemp, Crècheleidster van ‘Thuiscrèche de Boendertjes’.

Ik wil jullie vertellen hoe ik om ga met voeding in mijn opvang. Ik sta voor natuurlijke en gezonde voeding, ongedwongen eten, kijkend naar de behoeften van het kind. Dichtbij de natuur. Deze punten zal ik hieronder nader beschrijven.

Ga naar Thuiscreche de Boendertjes

 Natuurlijke en gezonde voeding

Mijn eigen kinderen zijn nu volwassen, maar toen ze klein waren reageerden zij heel sterk op bepaalde ingrediënten. Daardoor ben ik me altijd heel bewust geweest van de invloed van voedsel op het lichaam. Ik vind gezonde en natuurlijke voeding heel belangrijk en dit voer ik ook door in mijn Thuiscrèche. Broodbeleg, drinken en tussendoortjes zijn altijd voedzaam en gezond. Zoveel mogelijk vrij van kleurstoffen en toegevoegde suikers. Ik lees daar veel over en maak daarin heel bewuste keuzes.
Ik overleg veel met de ouders van de kinderen en leg hen ook uit hoe ik met voeding omga. Zo pas ik me aan hun wensen aan en zij passen zich aan mijn mogelijkheden aan.

Ongedwongen eten

Ik vind het heel belangrijk dat kinderen plezier hebben in eten. Dat betekent voor mij dat het ook gezellig en ongedwongen moet zijn tijdens het eten. Sommige kinderen worden al vroeg wakker gemaakt omdat papa en mama aan het werk moeten. Vroeg ontbijten, en het liefst snel, is niet voor ieder kind weggelegd. Regelmatig komen bij mij kindjes binnen met nog een stuk brood in de hand of tas. Of zeggen de ouders dat er nog niet veel gegeten is. Ze kunnen dan rustig nog hun boterham op eten bij mij.

Ik ben zelf ook geen vroege ontbijter. Om half negen begin ik trek te krijgen. Ik maak dan voor de kinderen ook een bordje met brood klaar. Meestal met verantwoorde appelstroop. Wie wil mag pakken, niets moet. Om een uur of 10 doe ik dat ook met fruit. Tussen de middag eten we samen een heerlijke tosti, ofwel boterhammen met kaas maar dan uit het tosti apparaat. Als de kinderen uit bed komen gaan we samen fruit eten.

Mijn ervaring is dat de kinderen aan het einde van de dag een beetje knorrig kunnen worden. Ze beginnen trek te krijgen en voordat ze opgehaald zijn en er thuis gekookt is kunnen ze niet gezellig meer zijn omdat ze honger hebben. Daarom krijgen ze tussen ongeveer half 5 en 5 uur het warme eten dat van thuis is mee gegeven. Toen ik net begon met de opvang een aantal jaren geleden waren het vaak potjes gemalen eten, waarbij vaak niet te achterhalen is wat er in zit. Vast wel verantwoord als je alle voedingswaarden nakijkt, maar naar mijn idee bevorder je niet de smaakontwikkeling van een kind hiermee.
Tegenwoordig nemen de kinderen bijna allemaal eten mee dat ‘zo uit de pan is geschept’.  Herkenbare ingrediënten en ze zien dus wat ze eten. Het is heerlijk om te zien dat ouders hier tijd in stoppen.

De kinderen mogen zelf eten. Ze kiezen zelf wat ze in hun mond stoppen en waarmee. Mag best met een lepel of een vork maar ik vind het ook heel belangrijk dat ze voelen wat ze eten. Er wordt hier dus ook vaak met de handen gegeten. Uiteraard gebeurt dit in overleg met de ouders. En ja, er valt ook regelmatig het een en ander op de grond. Vooral wat ze niet lekker vinden of als ze genoeg hebben gehad. Ik heb daar geen moeite mee, plavuizen zijn goed te dweilen.

Kijkend naar de behoeften van het kind

Kinderen kunnen heel goed aanvoelen waar ze behoefte aan hebben. Willen ze bij mij niet eten op de vaste eetmomenten, dan is dat geen probleem en bied ik ze het eten op een ander moment opnieuw aan.
Door voldoende aan te bieden op meer momenten krijgt ieder kind voldoende binnen. Doordat de kinderen elkaar zien eten proberen ze ook eerder iets. Het al oude ‘zien eten doet eten’. Ik heb hier op deze manier ook ‘moeilijke’ eters zo ver gekregen dat er geproefd werd en na een paar weken zelfs gegeten. Zelf doen als kind is het leukste.

Ik gebruik gebarentaal naast gesproken taal bij de baby’s en kinderen. Vooral met eten en drinken vind ik dat ideaal. Hierdoor kan een kind aangeven met een gebaar dat het dorst heeft. Dit kan al vanaf een maand of 10. Kinderen raken minder gefrustreerd omdat ze niet begrepen worden. Zo heb ik hier een kindje dat mij gebaarde dat het mama melk wilde drinken. De moeder kolft de melk af als ze werkt en hij drinkt het uit een bekertje bij mij.

Dicht bij de natuur

In onze grote tuin hebben we heel veel soorten bomen o.a. appel, peren en pruimen. Daarbij ook nog de nodige bessen en bramen struiken. Ook de aardbeien en druiven ontbreken niet.

Ik probeer de kinderen bewust te maken hoe het fruit groeit en, ook niet onbelangrijk, wanneer je het kan plukken en eten kan. “Aardbeien zijn niet lekker zolang ze groen zijn, rood zijn ze veel lekkerder. Proef maar!”